Stand van zaken aanpak asbestdaken Lelystad

De bijeenkomst over de aanpak sanering asbestdaken in Lelystad op donderdag 19 oktober in het stadhuis leverde een aantal antwoorden op prangende vragen van bewoners op. De bewonerscollectieven en procesbegeleiders kregen van de gemeente uitleg over onder meer de stand van zaken met betrekking tot de Wet Natuurbescherming, de financiële ondersteuning en de sloopmelding.


Wet Natuurbescherming

Er zijn ongeveer 1.200 (hoofd)gebouwen met een asbestdak bekend in Lelystad. Uit een door Landschapsbeheer Flevoland in opdracht van de gemeente uitgevoerd onderzoek blijkt dat 200 gebouwen, waaronder woningen, een ontheffing nodig hebben van de provincie, omdat onder de daken van deze woningen mussen en/of vleermuizen gehuisvest zijn. De gemeente zou een collectieve vergunning aanvragen voor de hele stad: een ontheffingsaanvraag. De gemeente wil echter de aanvraag niet doen voor de hele stad, omdat zij dan bij fouten aansprakelijk kan worden gesteld door de provincie en de vergunning weer wordt ingetrokken.

Brief van gemeente of provincie 


De gemeente zal vier weken na 19 oktober 2017 (als het proces is ‘ingeregeld’) een brief sturen aan de eigenaren van de woningen waarbij uit onderzoek is gebleken dat er mussen en/of vleermuizen onder het dak aanwezig zijn. Met een formulier kunnen deze woningeigenaren dan zelf een individuele ontheffingsaanvraag doen bij de provincie, die binnen twee weken wordt afgehandeld. Men dient er rekening mee te houden dat er voor werkzaamheden tijdens de broedperiode geen ontheffing zal worden verleend.

De woningeigenaren waarvan uit het onderzoek niet is gebleken dat er mussen en/of vleermuizen onder hun dak aanwezig zijn, zullen van de provincie een brief krijgen waarin zij geïnformeerd worden over welke maatregelen zij moeten nemen. Zij mogen namelijk niet zonder meer uitgaan van de resultaten van het door Landschapsbeheer Flevoland uitgevoerde onderzoek.

Als de aannemer tot sanering overgaat moet die namelijk eerst zelf nog checken of er echt geen mus of vleermuis onder het dak gehuisvest zit. Dit dient hij drie dagen vóór aanvang van de saneringswerkzaamheden te doen. Komt de aannemer op dat moment een mus of vleermuis tegen dan zal hij zijn werkzaamheden tot het einde van het broedseizoen voor die betreffende woning moeten uitstellen. Mocht de aannemer niets hebben aangetroffen en dat bij de provincie hebben gemeld, maar tijdens het saneren toch een mus of vleermuis tegenkomen, dan mag hij wel gewoon verder met het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Houd er dus rekening mee dat het altijd mogelijk is dat er mussen of vleermuizen onder je dak kunnen gaan broeden!

Het in opdracht van de gemeente door Landschapsbeheer Flevoland uitgevoerde onderzoek is drie jaar geldig. Vanaf 2020 moet opnieuw onderzoek worden gedaan. Het is niet gezegd dat de gemeente dit dan opnieuw laat uitvoeren. De boodschap is dus ook dat wanneer je je asbestdak over drie jaar nog niet hebt laten saneren, je er rekening mee moet houden dat je het onderzoek zelf moet laten uitvoeren (en betalen).

Nestkastjes voor mussen
Heb je mussen onder je dak, dan moet je ‘mitigerende maatregelen’ nemen, oftewel nestkastjes ophangen. De gemeente gaat die nestkasten leveren en ophangen. Bewoners die zelf nestkasten maken, kunnen de voorwaarden waaraan die moeten voldoen qua afmetingen, hoogte, richting, etc. vinden op de website van de Vogelbescherming.

Zoals hiervoor opgemerkt krijg je in de broedperiode geen ontheffing en mag je niet saneren. De broedperiode is grofweg van 1 april tot 1 september. De precieze periode komt in de ontheffing van de provincie te staan. Voor vleermuizen gelden die maatregelen in dezelfde periode, maar die hebben geen nestkasten nodig. Als je vleermuizen hebt, dan mag je het dak pas na 1 oktober afsluiten.

Na de sanering moeten mussen of vleermuizen weer ‘toegang tot het dak’ hebben, met een ‘mussenvide’ bijvoorbeeld. De provincie wil wel een uitzondering maken voor bewoners die daarom vragen. Je moet dan zelf aangeven dat je mussenwerende maatregelen wilt nemen. De provincie kan je daarvoor een ontheffing geven maar kan in dat geval wél aanvullende voorwaarden stellen.

Voorheen mochten saneerders met ademluchtmaskers in de koude wintermaanden niet werken. Volgens de wethouder is dit inmiddels gewijzigd; saneerders kunnen nu ook ’s winters gewoon doorwerken (behalve natuurlijk bij extreme weersomstandigheden). Eigenlijk is de boodschap dus: wil je de sanering gezamenlijk doen, plan dit dan buiten het broedseizoen in ieder geval voor de blokken waarin in één of meerdere huizen mussen of vleermuizen zijn geconstateerd. De andere blokken kunnen dan wél in de broedseizoen worden gesaneerd.

Financiële ondersteuning

Begin oktober heeft de raad opdracht gegeven tot een onderzoek naar mogelijkheden voor financiering voor mensen die de asbestsanering van hun dak niet kunnen betalen en (nog) geen lening kunnen krijgen. Op 31 oktober ligt hierover een voorstel bij het college van burgemeester en wethouders. Op 14 november wordt de begroting vastgesteld en weten we of er budget beschikbaar is.

Gaat het Rijk ook iets betalen?
Vooralsnog is er alleen een subsidie van 4,50 euro per m2. Door de lange duur van de regeringsformatie is de verwachting dat er pas in 2018 nieuwe besluiten over de (financiering van) asbestsanering worden genomen, die op zijn vroegst in 2019 ingaan. Daarom wil de gemeenteraad lokaal in beeld brengen wat het betekent als de gemeente zelf financieringsregelingen verzorgt. Er zijn voorbeelden van andere lokale én provinciale overheden (Limburg en Overijssel) die de sanering combineren met maatregelen voor duurzaamheid, energie en werkgelegenheid. De provincie Flevoland geeft tot nu toe niet thuis.

Sloopmelding

Het is wettelijk verplicht een sloopmelding te doen vóórdat je je dak gaat (laten) saneren. Dat geldt overigens ook voor daken zonder asbest. Een sloopmelding doe je digitaal bij het Omgevingsloket (www.omgevingsloket.nl). Als je het saneren/vervangen van je dak hebt uitbesteed dan doet de aannemer dit over het algemeen. Voor de afhandeling van een sloopmelding staat een termijn van vier weken voor bedrijven, voor een particulier (voor de verwijdering van in het Bouwbesluit genoemde hechtgebonden asbesthoudende toepassingen) is het vijf dagen.

Een sloopmelding is verplicht als er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt én bij het verwijderen van asbest.

De opdrachtgever of saneerder moet de sloopmelding minimaal vier weken voor aanvang van de sloopwerkzaamheden indienen. In sommige gevallen kan afgeweken worden van deze termijn, bijvoorbeeld bij een calamiteit.

In bepaalde gevallen van reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden mag de sloopmelding tot vijf werkdagen van tevoren worden ingediend. Dit kan als de normale termijn zou leiden tot onnodige leegstand of ernstige belemmering van het gebruiksgenot.

De sloopaannemer moet de geplande werkzaamheden twee dagen voor aanvang ervan melden bij de toezichthouder.

Of en wanneer je zelf je asbestdak mag saneren, staat in het stroomschema dat binnenkort wordt gepubliceerd op de website van de gemeente. Asbesthoudende dakleien mag je nooit zelf verwijderen, ook niet als het om minder dan 35 m2 gaat.

Heb je een golfplatendak (bijv. op een schuurtje) van minder dan 35 m2 dat geschroefd is en nog in redelijke staat verkeert? Dan mag je het, onder voorwaarden, zelf doen. Ook als je zelf sloopt, gelden er richtlijnen. Je vindt deze richtlijnen op de website van Milieu Centraal. Zie: www.milieucentraal.nl/in-en-om-het-huis/klussen/asbest-verwijderen.

Het aantal aangevraagde sloopmeldingen voor asbestdaken in Lelystad is niet bekend. De gemeente gaat dat uitzoeken.

Niet-willers
Wat als bewoners niet willen of kunnen meedoen, terwijl de rest van de bewoners van een huizenblok wel wil saneren? We willen dat iedereen die wil meedoen, ook kan meedoen. Maar de gemeente kan mensen die niet willen meedoen vooralsnog niet dwingen, tenzij er sprake is van gevaar voor bewoners of omwonenden. De gemeente kan verder alleen mediation inzetten.

De daken in een blok kunnen worden gesaneerd tot aan de woning die niet meedoet. Die aanpak heeft niet de voorkeur, maar wil je toch een scheiding maken tussen een gesaneerde en een niet-gesaneerde woning, dan zal er sprake zijn van een overlap. De onwillige bewoner moet daar wel toestemming voor geven. Technisch zijn er verschillende oplossingen voor. Zo’n aansluiting wordt wel extra duur en in de praktijk blijkt dat sommige aannemers dit niet willen doen. Ook de aansprakelijkheid voor schade en lekkage is nog een bottleneck.

Advertenties